Veilig werken op hoogte
Veilig werken op hoogte kent diverse risico’s. Voor professioneel gebruik gelden in Nederland extra strenge regels. Logisch, aangezien het materiaal intensief wordt gebruikt. In diverse normen en wetten (Arbo- en Warenwet) is vastgelegd aan welke eisen arbeidsmiddelen zoals hangbruggen, steigers, ladders en trappen moeten voldoen. Dit geldt ook voor diverse door de Inspectie SZW (voormalig Arbeidsinspectie) goedgekeurde Arbocatalogi met afspraken tussen werkgevers en werknemers. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten voor het veilig werken op hoogte.
-
Waarom zoveel aandacht voor veilig werken op hoogte
Jaarlijks vinden in Nederland duizenden ongevallen plaats bij het werken op hoogte, veelal met ernstige gevolgen. Eén op de vijf arbeidsongevallen met dodelijke afloop is het gevolg van een val van hoogte. Belangrijke oorzaken zijn het verlies van evenwicht, onvoldoende beveiliging of het ontbreken daarvan en verkeerd gebruik van arbeidsmiddelen zoals een ladder. Inspectie SZW (voormalig Arbeidsinspectie) houdt regelmatig inspectierondes (o.a. bouwplaats, schilders) om te controleren op het juiste gebruik van arbeidsmiddelen.
Veilig werken op hoogte vereist invulling van drie criteria. Hoe men veilig op hoogte werkt, wordt bepaald door de wijze waarop onderstaande drie criteria zijn ingevuld:
A. Aankoop van veilig klimmateriaal dat voldoet aan alle geldende wetten en normen.
Het veilig werken begint met de juiste aankoop. Werkgevers zijn verplicht om hun werknemers te laten werken met materiaal dat geschikt is voor professioneel gebruik, voldoet aan de Arboregelgeving en ook aan de geldende arbocatalogus die voor diverse branches reeds is ontwikkeld. Indien ladders en trappen zijn voorzien van de herkenbare groene KOMO-KlimKeur sticker voldoet het product gegarandeerd aan de geldende wetten en normen.
In de praktijk blijkt echter dat niet altijd het juiste materiaal wordt aangeschaft. Dit kan een bewuste of onbewuste keuze zijn. Pas na een ongeluk of een bezoek van de Inspectie SZW realiseert men zich de gevolgen. De belangrijkste gevolgen hebben uiteraard betrekking op de gezondheid van de werknemer, maar ook de financiële aansprakelijkheid kan flinke consequenties hebben. Naast het feit dat de werkgever zijn verantwoordelijkheid moet nemen om de werknemer te beschermen, heeft de werknemer ook een eigen verantwoordelijkheid om de werkgever te attenderen op eventuele onvolkomenheden van bijvoorbeeld de ladder of trap.
B. Borging kwaliteit in gebruik door tijdige deskundige keuring/reparatie
Als het juiste materiaal is aangeschaft, is het belangrijk om te borgen dat de arbeidsmiddelen ook in gebruik blijven voldoen aan de geldende regelgeving. Daarom is een uitgebreide periodieke (meestal jaarlijkse) keuring verplicht conform Arbobesluit, Warenwet (Besluit Draagbaar Klimmaterieel) VCA en vanuit de Leidraad ‘Werken op Hoogte’. Uiteraard moet na een ongeval of een andere zogenaamde uitzonderlijke gebeurtenis het product direct worden gekeurd. Belangrijk is dat conform het Arbobesluit schriftelijke bewijsstukken van de uitgevoerde keuringen op de arbeidsplaats aanwezig zijn en desgevraagd kunnen worden getoond aan de Inspectie SZW. Als de materialen (eventueel na een reparatie) zijn goedgekeurd, verstrekken gerenommeerde keuring- en reparatiebedrijven een officieel keuringscertificaat, voorzien van een controlestaat. Verder wordt elk arbeidsmiddel voorzien van een inspectiesticker. Daarop staat aangegeven wanneer de materialen opnieuw moeten worden gekeurd. Visuele controle voor gebruik blijft natuurlijk het hele jaar belangrijk, aangezien een inspectie een momentopname blijft.
Deskundig keuren en repareren
Het belang van keuringen is niet alleen groot voor de veiligheid van de gebruiker. Regelmatige keuring en onderhoud bevorderen ook de levensduur van de materialen. Daarom moeten de keuringen worden uitgevoerd door een deskundige. Dit geldt ook voor de reparaties. Gerenommeerde keuring- en reparatiebedrijven verrichten complete keuringen en reparaties. Duidelijk zal zijn dat de vakbekwaamheid van de inspecteurs bepalend is voor de uiteindelijke veiligheid van
het product. Het vragen naar een vakbekwaamheidscertificaat van een opleiding die is geaccepteerd conform de NEN–EN 17024 (persoons-accreditatie) biedt hierbij extra zekerheid.
C. Veilig en deskundig gebruik
Veel ongevallen met klimmateriaal worden veroorzaakt door gebruik van ondeugdelijk materiaal en/of ondeskundig gebruik. Helaas blijkt dat in de praktijk veiligheidsmaatregelen soms ontbreken. Hiermee worden onnodig risico’s genomen, zowel qua veiligheid als financieel. Belangrijk is het volgen van de gebruiksaanwijzing / handleiding van de fabrikant. -
Waarom geeft Altrex een technisch Advies voor Arbocatalogi uit?
In Nederland geldt strenge wet- en regelgeving betreffende het veilig werken op hoogte. In een Technisch voor Arbocatalogi, wordt concreet advies gegeven aan werkgevers- en werknemerspartijen voor het in de eigen (branche) arbocatalogus (conform Arbo nieuwe stijl, Ministerie SZW) stellen van voorwaarden voor het veilig gebruik van de arbeidsmiddelen ladders en trappen. Hierbij wordt als achtergrondinformatie inzicht gegeven in de belangrijkste wetten, normen, branche-afspraken en keurmerken die van toepassing zijn op steigers, ladders en trappen. In een aantal branches is inmiddels een dergelijke Arbocatalogus geraliseerd, maar in een aantal branches wordt er nog hard gewerkt aan de totstandkoming.
Als toonaangevende totaalleverancier van veilige, ergonomisch verantwoorde klimoplossingen ziet Altrex het als haar verantwoordelijkheid om mensen zo veilig mogelijk op hoogte te laten werken. Dit doet zij door het bieden van kwalitatief hoogwaardige en innovatieve producten, opleidingen en voorlichting. Altrex baseert haar Technisch Advies voor Arbocatalogi op 60 jaar kennis en ervaring. Het betreft kennis van het veilig gebruik van klimmateriaal in verschillende branches en gedetailleerde kennis van alle geldende wetten en normen waaraan deze arbeidsmiddelen moeten voldoen.
Altrex heeft twee katernen met Technisch Advies voor Arbocatalogi: (Rol)steigers en Ladders & Trappen.Klik hieronder op het Technisch Advies van uw keuze, waardoor u dit bestand als pdf kunt downloaden.
-
Waarom wordt het mixen van rolsteigers afgeraden?
Aboma+Keboma raadt het mixen van rolsteigerelementen van verschillende merken af. De belangrijkste argumenten hiervoor zijn het risico van vermenging met inferieure producten die niet aan de geldende productregelgeving voldoen en het feit dat de eindgebruiker geen productaansprakelijkheid kan claimen indien er ongevallen of incidenten ontstaan door de vermenging van de rolsteigerelementen. Voor rolsteigers is de actuele norm EN 1004, waarbij sterkte- en stabiliteitsberekeningen zijn vereist. Altrex deelt het standpunt van Aboma+Keboma ten aanzien van niet-mixen. Dit geldt niet voor alle marktpartijen. Om een eind te maken aan alle discussies rondom dit onderwerp heeft Altrex aan het gerenommeerde adviesbureau Aboma+Keboma gevraagd om haar standpunt in een brief aan Altrex te bevestigen.
Onderstaand Altrex-standpunt over niet-mixen van rolsteigers van verschillende merken was al te lezen in het Altrex Technisch Advies Rolsteigers voor Arbocatalogi.
Het mixen van merken steigers van verschillende merken is volgens de Inspectie SZW (voormalig Arbeidsinspectie) uitgesloten, tenzij de mix berekend, getekend en getoetst is: dus voorzien van een sterkte-en stabiliteitsberekening. In de praktijk is een dergelijke mix-berekening niet realiseerbaar (benodigde specificaties niet bekend) en daarom vanuit veiligheid- en aansprakelijkheidsoverwegingen zeer risicovol.
De Inspectie SZW heeft zich in een nadere uitleg beperkt tot deze uitspraak. Zij heeft hierin verder geen uitspraken gedaan over het wel/niet in praktijk realiseerbaar zijn van dergelijke mixberekeningen; zij vindt dit een marktaangelegenheid. In praktijk moeten er, om sterkte- en stabiliteitsberekeningen te kunnen maken, specificaties van de verschillende ‘mix-onderdelen’ bekend zijn bij de rekenkundige engineer. Het merendeel van de fabrikanten, zoals Altrex, verstrekt deze specificaties niet aan derden, hetgeen voor meerdere fabrikanten zal gelden. Tevens biedt een eenmalige berekening geen enkele garantie omdat de nieuwe specificaties door de fabrikanten kunnen worden gewijzigd, waardoor nieuwe berekeningen noodzakelijk zijn. Dit betekent dat voor elke nieuwe mix een berekening zou moeten worden gemaakt hetgeen in praktijk moeilijk realiseerbaar is. Om deze redenen zullen fabrikanten (zoals Altrex) geen aansprakelijkheid aanvaarden voor schade ontstaan als gevolg van het mixen van (rol)steigers met andere merken. In het door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uitgegeven onderzoeksrapport ‘Op de Hoogte’ staat expliciet dat een steigerconstructie niet meer mag bestaan uit een mix van steigeronderdelen van verschillende fabrikanten.
De rolsteigers van Altrex voldoen aan de EN 1004. Vanwege haar internationale activiteiten heeft zij hiervoor bijvoorbeeld een TUV-certificaat. De EN 1004 is de opvolger van de HD 1004. Deze norm beschrijft onder meer de verschillende onderdelen en hun samenhang. De normen EN 1004 en vervallen HD 1004 verschillen aanzienlijk van elkaar. Aboma+Keboma heeft bevestigd dat de eisen van de EN 1004 aanzienlijk verschillen van de vervallen HD 1004. Met name de eisen voor stabiliteit zijn beduidend strenger. -
Wat is de actuele stand van zaken rond de norm NEN 2484 voor professioneel gebruik ladders en trappen?
De Technische Commissie van branchevereniging VSB (Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven) heeft in een document de ‘stand van zaken regelgeving ladders en trappen’ vastgelegd. Het hierin geformuleerde standpunt over o.a. de NEN 2484 is mede gebaseerd op uitspraken van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.Samengevat betekent dit het volgende voor professioneel gebruik van ladders en trappen:
- Van toepassing is altijd de Warenwet, Besluit Draagbaar Klimmaterieel
- De actuele norm voor professioneel gebruik ladders en trappen is de NEN 2484:
- De NEN 2484 stelt zwaardere eisen aan ladders en trappen dan de Warenwet. Zo zijn in de NEN 2484 duurzaamheidstesten opgenomen die niet in de Warenwet staan. Ladders en trappen die voldoen aan de NEN 2484 zijn dan ook geschikt voor intensief professioneel gebruik.
- Een aantal jaren geleden heeft de overheid de normen uit de Arbobeleidsregels gehaald. Dit geldt ook voor de NEN 2484, maar dat heeft geen consequenties voor de status van de norm. Het Ministerie van SZW heeft aangegeven, dat normen betrekking op productwetgeving en blijven uiteraard de stand der techniek aangeven, die producenten het vermoeden van overeenstemming geven te voldoen aan de geldende wetgeving.
- Een fabrikant/importeur kan op verschillende wijzen aangeven dat zijn product minimaal voldoet aan eenzelfde niveau als de NEN 2484 en dus geschikt is voor professioneel gebruik:
- Op het product vermelden NEN 2484 en geschikt voor professioneel gebruik
- Alleen vermelden geschikt voor professioneel gebruik (dus niet de norm)
- KOMO-KlimKeur sticker, waarmee onafhankelijk is aangetoond dat het product voldoet aan de NEN 2484, de Warenwet en een aantal aanvullende veiligheidseisen.Als een fabrikant/importeur op een product meldt dat een product geschikt is voor professioneel gebruik, moet hij aannemelijk kunnen maken dat het minimaal aan eenzelfde niveau als de NEN 2484 voldoet. Dit is in praktijk best lastig. Het is dan ook verstandig om fabrikanten/importeurs die producten niet hebben voorzien van een KOMO-KlimKeur sticker een verklaring te vragen dat de ladder of trap minimaal voldoet aan het gestelde in de norm NEN 2484.
Hieronder staat het standpunt van de VSB geformuleerd:
Standpunt VSB oktober 2009: Stand van zaken regelgeving ladders en trappen
Er bestaat geregeld nog onduidelijkheid over regelgeving rondom klimmateriaal. Daarom brengen wij u graag op de hoogte van de huidige stand van zaken.
Naast de Warenwet kent Nederland ook een aparte, zwaardere norm voor ladders en trappen: de NEN 2484. Tot 27 december 2006 was deze norm ook opgenomen in de beleidsregels van de Inspectie SZW (voormalig Arbeidsinspectie). In het kader van deregulering van de Arbo-wetgeving heeft de overheid deze norm echter uit de beleidsregels geschrapt en zijn werkgevers- en werknemersorganisaties zelf verantwoordelijk om de eisen voor het gebruik van ladders en trappen vast te leggen in de Arbocatalogus.
Met het schrappen van de NEN 2484 uit de beleidsregels is deze norm echter niet komen te vervallen. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt namelijk: ‘De verwijzing in beleidsregels naar normen en het intrekken van deze beleidsregels heeft geen consequenties voor de status van normen. Normen hebben betrekking op productwetgeving en blijven uiteraard de stand der techniek aangeven, die producenten het vermoeden van overeenstemming geven te voldoen aan de geldende wetgeving.’
Bij controles door de Inspectie SZW zal er op de NEN 2484 echter niet altijd worden gehandhaafd. Zij zal kijken naar de afspraken die zijn vastgelegd in de Arbocatalogus van de betreffende branche. Om aan te geven dat draagbaar klimmaterieel voldoet aan de norm NEN 2484, vermeldt een aantal fabrikanten deze norm op de instructiesticker en/of hebben zij het materiaal voorzien van een KOMO-KlimKeur sticker.
Andere fabrikanten maken dit kenbaar met pictogrammen en/of teksten als “geschikt voor professioneel gebruik”. Zij verklaren daarmee dat de ladders en trappen minimaal aan eenzelfde niveau voldoen dan het gestelde in de norm NEN 2484 en dat ze kunnen worden toegepast voor intensief professioneel gebruik. Dit kan aannemelijk worden gemaakt door een KOMO-KlimKeur sticker of op een andere wijze, waarmee hetzelfde niveau wordt aangegeven.
Commissie Ladders en Rolsteigers VSB -
Wat zijn VSB-flyers over het veilig werken met arbeidsmiddelen?
De Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB) heeft een nieuwe reeks flyers over veilig werken met arbeidsmiddelen uitgebracht. Vorig jaar presenteerde de VSB al een flyer over veilig werken met gevelonderhoudsinstallaties, maar nu is de reeks uitgebreid met flyers over hoogwerkers, rolsteigers en hangbruginstallaties.
Dagelijks maken vele beroepsgroepen gebruik van arbeidsmiddelen om op hoogte te kunnen werken. Uit recente inspectieacties van de Inspectie SZW (voormalig Arbeidsinspectie) blijkt dat opbouw en gebruik van bijvoorbeeld rolsteigers, hangbruginstallaties en hoogwerkers veiliger kan. Om uiteenlopende redenen worden deze arbeidsmiddelen niet veilig gebruikt. Om de gebruiker een helpende hand te bieden hebben deskundigen van de VSB het initiatief genomen een reeks handzame flyers te laten verschijnen. Deze zijn gebaseerd op de stand van de techniek en de geldende wet- en regelgeving. Tevens bevat elke flyer een checklist waarin de gebruiker wordt gewezen op alle belangrijke controle- en inspectiepunten alvorens het arbeidsmiddel gebruikt mag worden. Overigens zijn de flyers ook geschikt voor het houden van toezicht en het uitvoeren van beknopte inspecties van deze arbeidsmiddelen.
De flyers over hoogwerkers, rolsteigers en hangbruginstallaties zijn in overleg met verschillende partijen tot stand gekomen zoals de Inpectie SZW (rolsteigers), de Vereniging Verticaal Transport (VVT) en de schilder- en afbouwsector (FOSAG). Uiteraard is Altrex als lid van de VSB ook betrokken geweest bij de ontwikkeling. In de loop van dit jaar zal de VSB de reeks uitbreiden met flyers over andere arbeidsmiddelen.
Download de VSB-flyer 'Veilig Werken met Rolsteigers'
Download de VSB-flyer 'Veilig Werken met Hangbruginstallaties'De VSB-flyers zijn ook te bestellen. Kijk voor meer informatie op www.vsb-online.nl.
Voor stationaire steigers bestaat de Richtlijn Steigers. Hierover is meer informatie te vinden op www.richtlijnsteigers.nl.

